Tunesische Jasmijn-revolutie geeft de Arabische wereld hoop

Opeens was het vrijdag zover. De Tunesische president Zein el-Abidine Ben Ali stapte op. Een volksopstand werkte een Arabische dictator weg. Dat had niemand maanden, weken, zelfs dagen geleden durven hopen. Een stemming van euforie ging door de Arabische wereld. Blije reacties via Facebook, skype, sms, overal in de regio: Egyptenaren en Syriërs, Irakezen en Jordaniërs, allemaal zagen ze opeens weer licht aan het einde van de tunnel. Zoals een reactie van een Syriër: ”Zie je hoe de wereld kan veranderen? Er is nog hoop!”
De verrassing was groot. De laatste jaren zagen we dat de autoritaire regimes in de regio hun grip juist hadden verstevigd. Dat zagen we niet alleen zelf, maar lazen we ook in rapporten van belangrijke onderzoekers en denktanks. Er was sprake van upgraded authoritarianism. Wij zagen dat bijvoorbeeld in Syrië. Terwijl we in 2005 dachten dat de dagen van het Baath-regime geteld waren, kwam het er sterker uit dan voor de crisis. Syrië heroverde een belangrijke rol in de regionale politiek, westerse landen vernieuwden het contact met Syrië, nieuwe bondgenootschappen werden gelegd met Turkije en China, en belangrijke dissidenten werden in de gevangenis gezet.
De onvrede in de regio neemt de afgelopen tijd toe. De regimes die vaak al tientallen jaren aan de macht zijn, boeken geen economische vooruitgang. Privatisering maakt de rijken rijker en de armen armer, mensen met een universiteire opleiding moeten werken als groenteboer, of nog erger, zitten depressief thuis. Grootschalige corruptie, cliëntelisme, gebrek aan vrijheid van meningsuiting, het negeren van de rechten van minderheden, het zijn allemaal elementen die ertoe bijdragen dat de mensen het zat zijn. Ze hebben het gevoel dat hun menselijke waardigheid op een vreselijke manier wordt geschonden.
 
In Egypte lopen de spanningen de afgelopen jaren op. Er waren opstanden over arbeidsomstandigheden in de stad Mahalla, opstanden na oneerlijke verkiezingen in 2010 en opstanden na de aanslag na een Nieuwjaarsdienst op de koptische kerk in Alexandrië, die de aandacht vestigde op het falende beleid ten aanzien van de christelijke minderheid. In Jordanië gingen de mensen vrijdag ook de straat op in protest tegen het regeringsbeleid, tegen het gebrek aan banen en de toenemende inkomenskloof tussen arm en rijk, tegen corruptie. In Syrië is de repressie zo groot dat mensen niet massaal de straat op gaan. Maar ook daar is een beweging voor verandering, zoals de groep rondom de Damascus Declaration en de Damascus-Beirut Declaration.
Dat het de bevolking was die Ben Ali in Tunesië wegwerkte, zonder buitenlandse steun zoals we onder meer zagen in Georgië en Servië, maakt deze gebeurtenis zo belangrijk en hoopvol. Tegelijkertijd laten repressieve regimes een gevaarlijk machtsvacuüm achter. Het is afwachten of er werkelijk eerlijke verkiezingen komen en of er dan een goed alternatief leiderschap naar voren komt. Ook zal het nog jaren duren om de effecten van het beleid van Ben Ali te keren, bijvoorbeeld om de gigantische werkloosheidscijfers naar beneden te brengen. Kortom, de strijd is nog lang niet gestreden. Maar er is ten minste hoop.
Marjolein Wijninckx
Advertenties

Over Marjolein Wijninckx

Marjolein is programmaleider Midden-Oosten en woont en werkt in Jordanie. Volg haar op Twitter @paxmarjolein.
Dit bericht werd geplaatst in Arabische Wereld, Tunesie en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s