Op naar een “proxy war” in Syrie?

Gisteren spraken Rusland en China een veto uit tegen een resolutie van de VN veiligheidsraad die opriep tot een politiek transitieproces in Syrie op basis van het voorstel van de Arabische Liga. Deze veto riep een enorme woede op. Syrische tweeps spuwden op de betreffende landen, Syrische activisten riepen onmiddellijk op tot een boycot van Russische en Chinese produkten (het laatste lijkt me in de praktijk vrij onmogelijk overigens) en de Amerikaanse vertegenwoordiger bij de VN zei “disgusted” te zijn. Betekent dit nu dat de diplomatieke weg uit de patstelling tussen Syrische opstandelingen en regering voorgoed is afgesloten?

Dat zou ik nog niet meteen met zekerheid willen stellen. De Russen vetoden de resolutie naar eigen zeggen omdat deze “ongebalanceerd” was. Maar het betekent dus niet dat ze elke resolutie zullen veto-en. Wat wel duidelijk is, is dat ze niet snel een resolutie zullen steunen die Bashar al-Assad oproept op te stappen. Maar er bestaat dus nog steeds een kleine kans dat een diplomatiek proces waarin de Russen een rol zouden spelen samen met Arabische landen, zou kunnen leiden tot een transitieproces. Mocht er zo’n proces komen dan is het grootste risico dat het niet diep genoeg gaat, dat het hervormingen zal brengen die te oppervlakkig zijn. En daarmee dat burgers ontevreden blijven en mensenrechtenschendingen doorgaan.

Een ander scenario wat nu denkbaar is, is dat er een “coalition of the willing” wordt opgebouwd. De Franse president Sarkozy had het gisteren al over een groep “vrienden van Syrie”. Daarbij kun je denken aan landen als Frankrijk, VK, VS, pro-Westerse (of liever gezegd anti-Iran) landen in de Arabische wereld zoals Saoedi-Arabie en Qatar, en misschien Turkije. Deze groep zal de druk blijven opvoeren en militaire interventie overwegen. De kans dat het Westen intervenieert is echter erg klein, er is weinig animo om met de huidige economische crisis en na de ervaringen in Irak en Afghanistan weer een oorlog te beginnen. Ook beseft men goed dat men zich in een wespennest begeeft; men zit niet te wachten op een tweede Libanon waarbij de buitenlandse troepen steeds dieper een burgeroorlog ingezogen worden en bovendien zijn de risico’s van regionale escalatie groot.

Daarmee lijkt een derde scenario het meest waarschijnlijke: Het Free Syrian Army, de gewapende opstandelingen, zal een meer centrale rol krijgen. De Syrische revolutie zal van een geweldloze opstand veranderen in een gewapende opstand. Het gezag van de regering in Damascus zal steeds meer maar langzaam afkavelen en de situatie van wetteloosheid, chaos en geweld zal zich uitbreiden. Belanghebbenden zullen het  Free Syrian Army steunen en bewapenen. Dit zullen vooral de landen zijn die er het meeste belang bij hebben de Iraanse rol in de regio tegen te gaan: landen als Saoedi-Arabie en Qatar, en waarschijnlijk ook Westerse landen als Frankrijk en de VS. Daarnaast zullen Iran en Rusland het Syrische regime nog een tijd blijven steunen.

En daarmee zal Syrie na Libanon en Irak het volgende land in de regio zijn dat het slagveld wordt van de geopolitieke strijd om controle over de regio tussen enerzijds het Westen en Israel en bondgenoten en anderzijds Iran en bondgenoten. En waar dat toe kan leiden hebben we in deze beide buurlanden kunnen zien. Dat betekent niet alleen dat nog vele Syriers slachtoffer zullen worden van gewapend conflict, maar ook dat er een politieke interne patstelling blijft bestaan en democratie en mensenrechten geen kans hebben.

Ongeacht wat er in de VN Veiligheidsraad gebeurt, heeft de wereld een verantwoordelijkheid in Syrie om burgers te beschermen. Dat uitgangspunt is wat nu centraal moet staan in alle overwegingen. Dat moet het ijkpunt zijn bij elk nieuw plan wat op tafel komt. Natuurlijk is “beschermen van burgers” gemakkelijker gezegd dan gedaan, er zijn niet veel maatregelen meer voorhanden. Het is belangrijk dat er toch pogingen ondernomen blijven worden om diplomatiek een doorbraak te bereiken. Tegelijkertijd blijft steun voor de geweldloze opstandelingen nodig. Zij zijn degenen die zich inzetten voor het voorkomen van sectarisch geweld, voor mensenrechten en een toekomstig democratisch Syrie voor alle Syriers. En daarnaast moeten alle mogelijke activiteiten ondernomen blijven worden die een mitigerend effect kunnen hebben en geweld tegen burgers kunnen tegengaan, zoals aanwezigheid van diplomaten, van waarnemers en onafhankelijke media. Een van hun taken is ook om bewijsmateriaal tegen mensenrechtenschenders te verzamelen om straffeloosheid tegen te gaan. En humanitaire hulp wordt steeds dringender.

In de reacties van Syriers gisteren op de VN-stemming was duidelijk dat ze heel goed beseffen dat ze op zichzelf aangewezen zijn, dat als ze verandering willen, ze die verandering zelf teweeg moeten brengen. Ze zijn zich ervan bewust dat de prijs enorm hoog zal zijn. Maar ze zien geen andere optie meer, er is geen weg terug. Laten wij, degenen die de Syrische roep om vrijheid steunen, dus ons uiterste best doen om zo veel mogelijk van die prijs af te dingen.

Advertenties

Over Marjolein Wijninckx

Marjolein is programmaleider Midden-Oosten en woont en werkt in Jordanie. Volg haar op Twitter @paxmarjolein.
Dit bericht werd geplaatst in Syrië. Bookmark de permalink .

4 reacties op Op naar een “proxy war” in Syrie?

  1. Han Raeijmaekers zegt:

    Marjolein,

    je helpt me met je aflevering weer hier in Vlaardingen goed over Syrie te praten; heel vele dank voor je heldere beschouwing , je meelevendheid en je appel om ons uiterste best te doen. Ik hoop zaterdag a.s. bij het 10 jarig bestaan van Vele Vlaardingers Eén Huis daar iest aan bij te dragen.

    • Wim Bartels zegt:

      Ha Marjolein,

      Veel dank voor je observatie en analyse van de toestand in Syrie en van de politieke belangen die meespelen bij de reacties daarop. Wanneer je o.a.vraagt om meer diplomatieke interventies en daarbij namen noemt van landen, vraag ik me af of ook de ngo-wereld in Europa en de Arabische landen zich zou kunnen formeren tot een delegatie die gesprekken gaat voeren in Syrie. In de 80 en 90ger jaren waren er misschien duidelijkere internationale platforms van zulke bewegingen, maar jij kent ongetwijfeld de oraganisaties die hierop samenwerken (kunnen). Organisaties die een reputatie hebben te staan voor solidariteit met de Arabische bevolkingen en steun voor het streven daar naar veranderingen, maar tegelijk een afkeer hebben (getoond) van een denken in militaire quick-fits om dit vanuit het westen te bevorderen.

      • Marjolein Wijninckx zegt:

        Bedankt, Wim, voor je suggestie. Ik zie wat bezwaren (bijv. spanning tussen enerzijds duidelijk steun uitspreken – kant kiezen- voor de vreedzame opstand en anderzijds zo’n bemiddelende rol innemen) maar ook kansen. Misschien ook interessant voor de lezers van Nassama: Zou jij iets meer kunnen vertellen over dergelijke bemiddelingspogingen waarbij de vredesbeweging betrokken is geweest en wat de ervaringen daarbij waren?

      • Wim Bartels zegt:

        Beste Marjolein,
        Het was in de tijd van de koude oorlog, zoals je weet, de gangbare praktijk van internationales van vredesbewegingen (END, IPCC, IPB) om demarches te maken naar overheden; veelal ter onderteuning van het politieke werk een van de lidorganisaties in het betreffende land. Ik herinner me zelf toen zulke gesprekken in het kader van een grotere delegatie gevoerd te hebben in Washington (Capitol Hill), Moskou en Geneve (Ontwapeningsoverleg van VN) en Brussel (Navo).
        In de latere kontekst van het Euro-Mediterrane werk herinner ik me zulke gesprekken in Tunis, Rabat/Casablanca , Damascus, Jeruzalem (Orient House) en Ramallah. In Damascus voerde een van de delegatieleden (Paul Ostreicher) nog een apart beraad met de minister van Defensie over de vrijlating van een toen in Libanon gekidnepte Brit.
        Bij gelegenheid van de genoemde gesprekken werden meestal communiques uitgegeven met onze politieke pleidooien, verlangens en suggesties.
        Dit soort bezoeken functionneerden in eerste instantie als communicatiemiddelen van onze vredes-politieke plannen, ook naar de pers toe. Verder verhoopten wij erdoor bescherming te krijgen van in het betreffende land werkende zuster- en broeder-organisaties. Op deze beide punten werden successen geboekt. Een reele beinvloeding van het politiek overheidsbeleid valt natuurlijk moeilijk in te schatten.
        Mijn suggestie ook in de huidige tijd met delegaties te werken in bv. het Midden Oosten betrof overigens niet alleen de overheden daar, maar vooral ook de (onderling strijdende)groeperingen, bewegingen en NGO’s daar. Westerse vredesbewegingen hebben nu geen grote publieke volksmassa’s achter zich, maar zij zouden samen kunnen optreden met opkomende bewegingen en organisaties uit het gebied (onze bondgenoten) en internationale NGO’s als Amnesty, Human Rights Watch etc.
        Is daartoe een mogelijkheid, denk je?
        Wim Bartels.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s