Een telefoontje uit Rafah

Drie weken geleden ging ’s avonds de telefoon. Op de display kon ik zien dat het een nummer uit Palestina was. Ik nam op en sprak voor het eerst sinds 10 jaar weer met mijn oude vriend Adil uit Rafah, de strook van Gaza. Via via had hij mijn nummer weten te vinden. Adil belde met een reden. Hij wil weg en hij wil dat ik hem ga helpen.

Maar voor dat ter sprake kwam haalden we herinneringen op. Over vrienden uit Gaza die de jump gemaakt hebben en in inmiddels in Frankrijk, Engeland, Spanje en Noorwegen leven.  Een status hebben gekregen, of zelfs een paspoort.  Maar vooral ook herinneringen aan de tijd in Rafah.

In 1995 woonde ik acht maanden in Rafah. Ik deed toen onderzoek voor mijn afstudeerscriptie en leerde er Arabisch.  Adil was een van de personen die mij toen beschermde. Ik ‘hoorde’ bij hem en iedereen wist het. Hij regelde een huis voor me, en als er een probleem was, of als ik me verveelde kon ik altijd bij hem terecht om sigaretten en waterpijpen te roken, tv te kijken en sloten thee en koffie te drinken.

Adil woonde net buiten Rafah. Het ging naar Gazaanse maatstaven goed met hem. Hij had een stuk grond met kassen , vlakbij het vliegveld. Verder was hij een soort koppelbaas. Hij regelde Palestijnse arbeiders voor zijn Israëlische bazen. Dat leverde goed geld op.

1995 was het begin van het einde. Arafat zat in Gaza en verstrikte zichzelf en zijn volk in een hopeloos vredesproces. We zagen hem vaak, vanaf het huis van Adil, in een gewapend konvooi  voorbijscheuren op weg naar de zoveelste onderhandelingsronde in Egypte, de Westelijke Jordaanoever, of god weet waar. De man reisde veel.

Het was ook het jaar van de zelfmoordaanslagen en de moord op Rabin. Gaza was inmiddels meer dicht dan open. Adil’s zaken in Israël liepen ten einde. Door de afsluitingen gingen de Israëlische werkgevers massaal over op Aziatische gastarbeiders. Van hen wist je zeker wanneer ze kwamen, en ze waren nog goedkoper ook. Gelukkig had hij nog z’n kassen. Hij leverde tomaten aan de Israëlische en Gazaanse markt en kweekte bloemen voor Nederland.

In 1998 wilde Adil naar Nederland. Hij wilde wel eens zien waar ik woonde. Na een lange vervelende  procedure – mijn ouders moesten ervoor garant staan dat hij echt weer terug zou keren naar Gaza – kreeg hij een toeristenvisum.  We gingen samen met wat vrienden op toer door Nederland. De wadden, Amsterdam en Groningen.

Gek trouwens, hoe zo’n procedure een wig van wantrouwen probeert te drijven in een vriendschap.  Als je iemand uitnodigt wordt jij, of in dit geval mijn ouders, verantwoordelijk gemaakt voor zijn terugkeer. Als hij zou blijven dan zijn de gevolgen voor jouw rekening. Dat zeggen ze tenminste (ik heb nog nooit gehoord van iemand die de gevolgen moest dragen voor een ‘uit de hand gelopen uitnodiging’). Maar hoe kun je in iemands hoofd kijken? Hoe kun je zeker weten dat iemand ook echt van plan is om weer terug te keren, terwijl je weet wat de situatie in Gaza is en je weet dat een beetje normaal iemand daar vooral weg wil gaan? Hoe kun je überhaupt verantwoordelijk zijn voor de keuzes en daden van een ander volwassen mens? Maar goed, we hadden een leuke tijd en Adil ging netjes weer terug.

In 2001 was ik terug in Gaza. De tweede intifada was begonnen. Arafat had zich opgesloten op de Westelijke Jordaanoever. Het vliegveld van Rafah lag in puin. Vrienden van toen waren vertrokken,  zaten in een militie of waren tunnelsmokkelaar. Dat was het wel zo’n beetje.  Sommigen waren dood. Het huis waar ik toen woonde stond nog overeind, maar iets verderop was alles platgewalst. We dronken ‘s –avonds thee en rookten waterpijpen op het dak van Adil’s huis. We hadden een fantastisch zicht op de gevechten aan de grens. We keken naar de explosies en vooral het waanzinnige vuurwerk van de lichtspoormunitie.

Daarna is het contact verwaterd. Ik had wel gehoord dat zijn kassen vernield waren,  zijn paarden gedood, en dat zijn zoons waren afgestudeerd. Maar ik heb hem niet meer gesproken. Tot drie weken geleden.

Adil wil weg en ik kan hem helpen. Hij heeft niets meer te zoeken in Gaza. Het is nu onder Hamas alleen maar slechter geworden. Er is geen economie en geen handel (behalve de smokkel dan), zijn zoons zijn afgestudeerd. Hij is wat dat betreft klaar en er is in principe niets wat hem nog in Gaza zou houden. Ik hoef hem allen maar uit te nodigen en hij vertrekt. Naar Noorwegen, België, of waar dan ook. Hij ziet wel. Als ie maar binnenkomt.

Ik voel de druk. Ik heb hem proberen duidelijk te maken wat hem hier te wachten staat. De onzekerheid, de illegaliteit, misschien een slopende (en kansloze) asielprocedure maar vooral het leven in een vreemd land, het leven met een vreemde taal en het leven zonder familie. Adil zegt dat hij dat weet en er klaar voor is. Hij heeft gesproken met mensen die hetzelfde gedaan hebben. Hij weet ook dat het kan mislukken. Maar moet iedereen voor angst op mislukking dan maar passief blijven zitten?

Ineens moet ik denken aan wat Petra Stienen me een tijd geleden heeft gezegd over Gaza: “als we de Palestijnen zo laten afknijpen, als we daar mee doorgaan, dan moeten we er ook op voorbereid zijn, en accepteren dat  honderdduizenden mensen daar weg willen.”

Maar dat is politiek en ik zit met de vraag van een vriend. Hij belt me nu vaker. En ik neem niet altijd op. Ik vraag me af waarom ik zo zit te aarzelen om te doen wat ik moet doen.

Advertenties

Over Evert- Jan Grit

programmaleider Midden-Oosten
Dit bericht werd geplaatst in Bezette Palestijnse Gebieden. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s