Jezidis in Sinjar: ‘Bij wie horen wij in hemelsnaam? Syrië? Koerdistan? Irak?’

Vanuit Dohuk is het drie uur rijden naar de Sinjar berg. Dat is een lange omweg, omdat sommige gebieden nog onder controle zijn van ISIS. We gaan naar Sinuni, een subdisrict van Sinjar, dat aan de noordelijke kant van de berg ligt. Hier hebben zich afschuwelijke taferelen afgespeeld van duizenden Jezidis die halsoverkop vluchtten voor de opmars van  ISIS. Vele ouderen en babies zijn onderweg gestorven, anderen vielen alsnog in handen van ISIS. Ze vertellen over hun Arabische (en enkele Koerdische) buren die ISIS hielpen door aan te wijzen waar de Jezidische dorpen waren en waar vrouwen en kinderen konden worden ontvoerd. Ondanks dat Sinjar stad, ten zuiden van de berg, afgelopen winter werd heroverd op ISIS, zijn grote delen in de omgeving nog steeds niet bevrijd. Daarom is hier maar 5% van de bevolking teruggekeerd, in tegenstelling tot Rabia en Zummar. Tijdens mijn bezoek blijkt niet alleen de nabijheid van ISIS een reden voor de lage aantallen terugkeerders. Er is hier veel meer aan de hand.

20160823_113439_resized

Een Jezidisch dorp met op de achtergrond de Sinjar berg

Toen na de opmars van ISIS duizenden Jezidies vast kwamen te zitten op de Sinjar berg, hebben Koerdische strijders van de YPG (gelieerd aan de Turkse PKK) via Syrië een ontsnappingsroute gecreeerd. Sindsdien zijn er naast de Koerdisch Iraakse troepen gelieerd aan de KDP (Peshmerga), de Syrisch-Koerdische YPG ook verschillende Yezidische milities actief, al of niet gesteund door Baghdad, Erbil of Rojava (Koerdisch Syrië). Allemaal strijden ze om de loyaliteit van de gewone Sinjari.

We want international protection forces’ staat op de muur van één van de huizen van Sinuni. De wegen zijn hier kapot en er is bijna geen elektriciteit. Weinig winkels zijn open en veel huizen lijken onbewoond. We ontmoeten de nieuw gevormde lokale vredesraad in Lalish, het culturele gemeenschapscentrum van het dorp. De meeste aanwezige mannen dragen de typisch Jezidische snor en zien er arm en ontdaan uit. Na wat plechtmatigheden komen ze los. Ze zeggen dat er met geen mogelijkheid over vrede kan worden gepraat zolang er nog Jezidische meisjes gevangen worden gehouden door ISIS. ‘Dwing ons niet een Arabier de hand te schudden’, worden wij gewaarschuwd en één voor één wordt verteld hoeveel familieleden eenieder heeft verloren of op dit moment nog gevangen wordt gehouden in ISIS gebied. Ik probeer uit te leggen dat vergeving en verzoening nooit kan worden opgelegd en dat we eerst willen stimuleren lokale burgers samen een rol te laten spelen in wederopbouw en herstel van de infrastructuur. Dan brandt een lokale schoolleraar los: ‘Wij hebben 180 leerlingen en ik heb schoolboek of bank ontvangen van wie dan ook. Wij staan onder embargo! Checkpoints laten niets toe naar Zummar omdat volgens de Koerden goederen in handen van terroristen kunnen komen. Zelfs geen waterpomp komt erdoor. Maar wij weten allemaal dat KDP niet wil dat het handen valt van de YPG. Bij wie horen wij in hemelsnaam? Syrië? Koerdistan? Irak? Waarom worden wij zo vernederd? Ik ben overal geweest voor hulp, maar niemand heeft ons zelfs maar bezocht.’

20160823_113759.jpg

Vlaggen van milities en gelieerde politieke partijen en hun portretten van hun leiders domineren het straatbeeld van Sinuni, sub district van Sinjar

 

Mijn Koerdische collega is een beetje nerveus geworden van de openheid van zaken die het schoolhoofd heeft gegeven. Hij begint een verhaal over hoe waterpompen kunnen worden gebruikt voor explosies, maar de trend is gezet. De Jezidies zijn het zat en spreken uit dat ze door iedereen worden verlaten. Naast het grote wantrouwen ten opzichte van Arabieren en Koerdische moslims, is er een enorm gebrek aan vertrouwen in de lokale autoriteiten. Na ISIS is ook in Sinjar het machtsbeeld onherstelbaar veranderd. Domineerde vóór ISIS de KDP Sinjar, nu zijn er, naast de (KDP) Peshmerga en de Syrisch Koerdische YPG, ook verschillende Jezidise milities actief. Lokale burgers vrezen dat rivaliteit tussen deze milities weer tot nieuw conflict zal leiden. Hun grootste uitdaging is de politiek te ontwijken en geen slachtoffer te worden van de voortdurende cirkel van geweld.

20160822_104055

De meeste Jezidische dorpen zijn nog onbewoond

 

 

Geplaatst in Irak | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Darayya: Hoe de hoofdstad van de vreedzame revolutie tot overgave gedwongen werd

Op donderdag werd bekend dat er een overeenkomst was gesloten tussen het Assad-regime en de revolutionaire leiders in Darayya, in Zuid-Damascus. Er werd afgesproken dat de FSA strijders uit Darayya naar de provincie Idlib in het Noorden van Syrie zouden worden overgebracht, terwijl de rest van de bevolking naar andere delen van Damascus zou kunnen vertrekken. Darayya wordt geheel ontruimd en aan het Assad-regime overgeleverd. Vrijdag werd begonnen met de evacuaties, onder toeziend oog van de Rode Halve Maan en de VN.

Darayya evacuation civilians

Lees verder

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Na vertrek van ISIS in Noord Irak is wantrouwen groter dan ooit

20160823_162714_resized

Op weg naar Rabia, langs de Syrisch-Iraakse grens

 

Na verschillende pogingen is het afgelopen week eindelijk gelukt om toestemming te krijgen enkele  gebieden te bezoeken die zijn heroverd op ISIS in de Ninewa provincie, in Noord Irak. De oorlog met ISIS is een nieuwe fase van een historische twist tussen Koerdisch Irak en centraal Irak over wie deze gebieden mag besturen. Hoewel Ninewa formeel een provincie is van de Iraakse Staat, heeft de verovering door de Koerdische Peshmerga (met steun van de Internationale Coalitie tegen ISIS, waaronder Nederland) de dominantie van de Kurdish Regional Government (KRG) onlosmakelijk bevestigd.

’s Ochtends vroeg vertrekken we vanuit Dohuk naar Rabia, bij de Iraaks-Syrische grens. Ik reis met werknemers van onze lokale partners, zowel Koerden als Arabieren. We gaan lokale vredesraden bezoeken, die we hebben opgezet in drie gebieden waar ISIS heeft huisgehouden: een Arabisch district, een Koerdisch district en een Jezidi district. De drie uur lange autorit gaat langs vele uitgestrekte graanvelden; niet voor niets wordt deze regio van oudsher bestempeld als de ‘de graanschuur van Irak’. Net als in naburig Syrië en in Turkije zijn deze gebieden dankzij de Eufraat en Tigris erg vruchtbaar. ‘Daar is Syrië’, zegt mijn collega wijzend op kleine ja -knikkers die handmatig olie uit de grond halen achter een laag hekje. Dit deel van Syrië wordt gedomineerd door Syrische Koerden van PYD die op vijandige voet staan met Iraakse Koerden van de PDK. Politieke rivaliteit en tegenstrijdige regionale loyaliteit (ten opzichte van Turkije) is hier sterker dan Koerdisch  broederschap.

20160822_104129_resized

Aan de Syrische kant van de grens, vinden illegale olie werkzaamheden plaats

De enkele checkpoints onderweg tonen vlaggen van Koerdische politieke partijen en portretten van hun leiders om dominantie en controle duidelijk te laten gelden. Langs de weg zien we veel uitgebrande auto’s en ingestorte huizen; de eerste beelden van het recente geweld. Het was deze weg die in 2014 de vluchtroute was van duizenden families uit Ninewa naar Koerdisch Irak toen ISIS dood en verderf zaaide in de regio.

Mijn reisgenoten weten precies te vertellen welk dorp Arabisch is en welk dorp Koerdisch. Deze regio was vóór ISIS meer gemengd dan nu. Het blijkt dat vooral de Arabische dorpen geleden hebben onder destructie; daar staat bijna geen enkel huis meer overeind. Volgens mij Koerdische collega komt dat door internationale lucht bombardementen toen ISIS hier de controle had. Volgens hem zijn de bewoners meegevlucht met ISIS naar Mosul. Mijn Arabische collega zwijgt, maar vertelt mij later dat sommige huizen door ISIS zijn verwoest omdat de bewoners loyaal waren aan de Iraakse Staat. Andere dorpen zijn volgens hem verwoest na vertrek van ISIS door Koerdische en Yezidische gewapende groepen uit wraak op vermeende steun aan ISIS. De bewoners van deze verwoeste dorpen kunnen niet terugkeren en leven in vluchtelingenkampen in Syrië of in andere Iraakse provincies. Deze tegenstrijdige verklaring van gebeurtenissen toont de groeiende verwijdering en onderling onbegrip tussen Koerden en Arabieren. Er is een totaal gebrek aan vertrouwen om te bespreken wat de komst van ISIS teweeg heeft gebracht en wat er na ISIS moet gebeuren. Wie moet deze gebieden na ISIS besturen? Wie mag er terugkeren? Hoe moet er recht worden gedaan aan de slachtoffers? Maar vooral: hoe moeten mensen weer met elkaar samenleven?

20160823_140944_resized

een verwoest Arabisch dorp

Na een lange rit rijden we Rabia in, dat ruim drie maanden onder controle stond van ISIS. Het straatbeeld doet denken aan Saudie Arabië: de mannen dragen witte jelebas en de vrouwen dragen zwarte abayas en niqaabs. Over het algemeen is het stil op straat. Het enige ziekenhuis is met kogels doorzeeft. ‘Hoeveel mensen van jullie dorp deden mee met ISIS?’, vraagt mijn Koerdische collega aan mijn Arabische collega, die uit Rabia komt. Volgens hem waren dat maar drie dorpsgenoten en hij weet precies te vertellen wie en van welke stam ze zijn. Mijn Koerdische collega gelooft het niet en meent dat iedereen die het dorp niet verliet toen ISIS kwam met ISIS moet hebben gecollaboreerd. Dat betekent dus dat volgens hem, en vele anderen in Irak, alle drie miljoen Irakezen die nu ruim twee jaar onder ISIS controle leven, per definitie schuldig zijn. In deze gemeenschappen waar stamverbanden een grote rol spelen, kan het daarnaast ook betekenen dat als één stamlid heeft gecollaboreerd met ISIS, de hele stam onder verdenking staat.

In Rabia worden we ontvangen door de burgemeester in het lokale gemeentehuis. ‘Het meubilair hier heb ik van huis meegenomen, zegt de burgemeester, ‘De regering in Baghdad is ons vergeten en van de Koerdische regio kunnen we geen steun verwachten’. De Arabieren hier, ooit sterk en groot grondbezitters van de vele graanvelden onder Saddam, staan onder grote druk en hebben geen sterke vertegenwoordiging in Baghdad om hun belangen te verzekeren. Daarom staan buiten Rabia lange rijen met trucks vol graan te wachten. De regering in Baghdad heeft al drie jaar niet voor het graan betaald en bovendien is Mosul als traditioneel afzetgebied niet toegankelijk. Mocht de Iraakse regering uiteindelijk wel betalen en de trucks richting Baghdad kunnen, dan blijft het nog de vraag of de Koerdische autoriteiten de trucks toestemming geven om door te rijden via het door hen gecontroleerde Kirkuk, de enige veilige weg naar Baghdad. Inmiddels is, er naast Syrisch-Koerdische en Iraaks-Koerdische troepenmacht, ook een Arabische militie opgezet. De zoon van een lid van de vredesraad heeft zich bij deze militie aangesloten. Hij haalt half verontschuldigend zijn schouders op: ‘Het is om ons te beschermen. Bovendien krijgt hij 600 dollar in de maand en hoeft hij maar 3 dagen per week op de training te verschijnen.’

20160823_140621_resized

lange rijen met graan trucks in Rabia

Na Rabia rijden we door richting Zummar. Maar eerst moeten we nog lunchen bij het Arabische stamhoofd. We passeren onderweg de Arabische militie, die in de middaghitte in de open velden, in pick up trucks zijn samen gekomen. Tijdens de lunch -grote schalen met rijst en lam- wordt mijn Koerdische collega aangesproken op het beleid van de Koerdische regering in dit gebied. ‘Eigenlijk doen wij wat jullie eerst met ons deden’, geeft hij eerlijk toe. Hij vertelt hoe onder Saddam de Koerden onderdrukt werden en heimelijk Koerdische strijders (Peshmerga) onderdak en eten boden. Als de volgende dag het Iraakse leger van Saddam kwam werden de Koerden gedwongen op de Koran te zweren dat ze geen hulp hadden geboden aan de Peshmerga. De Arabieren in de ruimte knikken en herkennen de vergelijking. ‘Akkoord’, zegt het stamhoofd, ‘,maar wanneer hebben jullie je gram gehaald?’

In Zummar is de situatie duidelijk beter; minder kapotte huizen, meer winkels en leven op straat. ‘Dat komt doordat hier Koerden in de meerderheid zijn’, zegt mijn Koerdische collega. ‘Dat komt omdat mensen uit Zummar voor handel, inkopen en medische voorzieningen naar Dohuk kunnen. Wij uit Rabia moeten weken wachten voor toestemming van de Koerdische geheime dienst om langs de checkpoints te komen,’ aldus mijn Arabische collega.

Vóór de komst van ISIS was de verhouding tussen Arabieren en Koerden hier gelijk. Nu is dat 70/30 in het voordeel van de Koerden. In Zummar hebben we een bespreking met de lokale vredesraad, bestaande uit Koerden van verschillende stammen en enkele Arabieren, precies in verhouding met de demografische balans van dit gebied, aldus mijn Koerdische collega. De bespreking vindt plaats in een ziekenhuis dat is gerestaureerd met hulp van de VN. Er zijn hier meer dan 20 NGOs actief, omdat het makkelijker is om toestemming te krijgen hier te werken van de Koerdische geheime dienst, in tegenstelling tot niet-Koerdische gebieden die onder hun controle staan. Grappig genoeg is mijn Arabische collega weer verbaasd dat hij Arabieren en Koerden samen ziet eten in het lokale restaurant: ‘Ik dacht dat Arabieren hier helemaal niet mochten komen’, zegt hij uit wanneer we uitpuffen in de schaduw van de middagzon. Alleen al uitwisseling van collega’s tussen hun verschillende gebieden draagt bij aan nieuwe inzichten. Voor een herstel van vertrouwen of zelfs verzoening is het nog veel te vroeg. Het conflict is eigenlijk, zelfs na ISIS, nog in volle gang.

Geplaatst in Irak | Tags: , , , | Een reactie plaatsen